Werk en privé: Over grenzen die vervagen of verschuiven

  • aug 2011
  • Mark
  • ·
  • Aangepast sep 2011
  • 2537
Winksels Archief

Of het nu gaat over het Nieuwe Werken, de jonge generatie die nu de arbeidsmarkt betreedt, of sociale media in het algemeen, vaak wordt gesproken over grenzen die vervagen, en dan met name tussen werk en privé. Ik irriteer me aan het woord 'vervagen'. Maar waarom? Een korte verkenning.

De grenzen die mensen zien vervagen, zijn niet de met mensenhanden gebouwde afscheidingen tussen mijn en dijn. Het zijn de onaanraakbare grenzen, de metaforische, symbolische, psychologische en morele grenzen. Het zijn de grenzen die van nature al onzichtbaar zijn. Grenzen die vervagen, lossen op, verdwijnen. Bij vervagende grenzen denk ik niet aan het neerhalen van de Berlijnse Muur, maar aan een langzaam zich oplossende substantie, door mist of damp van de verzengende hitte, in omfloerste ogen van opwellende tranen. Vervaging door oplossing suggereert dat de grens zo transparant, zo ijl, zo dun kan worden, dat wat eens gescheiden was, nu versmolten raakt.

Mijn geïrriteerde reactie op 'vervaging door verdunning' komt, denk ik, voort uit mijn aversie tegen de maakbaarheidsgedachte die ik eronder verscholen zie. Grenzen die oplossen, dat suggereert dat we vervolgens geen rekening meer hoeven te houden met de eens aanwezige grenzen. Als het het al te menselijke betreft, geloof ik niet dat dergelijke oplosbare grenzen bestaan. Ontken ik daarmee de vervaging van de grens tussen werk en privé? Nee, want vervaging kan ook een andere oorzaak hebben. Niet alleen wat oplost, ook wat in beweging is, wordt vaag. In plaats van vervagende grenzen (blurring boundaries) wil ik het daarom hebben over verschuivende grenzen (shifting boundaries). Waar vervaging geconstateerd wordt, ben ik geïnteresseerd in de verschuiving: De grens zelf verandert niet van aard, we verankeren hem alleen op een ander punt.

Wie zijn je naasten?

Neem het concept van naastenliefde. Wie zijn je naasten? Rassenleer en nationalisme spannen zich in de grenzen te verleggen, net zoals het humanisme dat doet. En nu is er zelfs sprake van het opschuiven van de grens van naastenliefde richting het dierenrijk. Wie zijn blik fixeert op de grens tussen mens en dier, zou kunnen betogen dat er sprake is van een vervagende grens tussen mens en dier. Je kunt, als het gaat om naastenliefde, ook zeggen dat de grens steeds verder opschuift, van ons sterk gelijkende spiegelbeeld naar een morele, door wetenschappelijke inzichten gevoed beeld van overeenkomstigheid. De verschuiving, de onderhandeling waar de nieuwe grens komt te liggen, boeit me. Het praten in termen van de vervaging zelf, ontneemt me het zicht op de beweging.

Wie denkt in termen van vervaging, vindt sporen van het verdwijnen, besteedt aandacht aan de ruïne. Maar hij ziet niet de plek waar de nieuwe grens is opgetrokken. Uiteindelijk komt het er op neer dat ik bang ben dat de focus op vervagende grenzen slechts het statische beschrijft, niet de beweging. Wie de beweging wil begrijpen, zou zich moeten concentreren op verschuivende grenzen. Waarmee de vraag over de grens tussen privé en werk niet meer gaat over het opheffen van de grens zelf, maar over de richting waarheen de grens verschuift. Iemand suggesties?

Trefwoorden