De voetbal in een Winkwaves Kenniscafé - op zoek naar objecten om over te praten.

  • feb 2009
  • Mark
  • 1683
Winksels Archief

In object-centered sociality (en in de verhalen die wij vertellen), is de aanname (of moet ik zeggen: het axioma) dat mensen samenkomen rond ‘iets’, een object. Een voetbal, een speeltuin, een hond (niet tegenstaande de briljante titel van de cd van Roosbeef, “Ze willen wel je hond wel aaien, maar niet met je praten”) — objecten verbinden mensen. Maar eigenlijk al sinds de lancering van Winkwaves Kenniscafé vraag ik me af wat nu precies het object is waaromheen een kenniscafé is opgebouwd. Als ik functioneel kijk, zeg ik gespreksonderwerpen (in de vorm van kronkels). Een antwoord dat nogal goedkoop aanvoelt - een gespreksonderwerp is precies dat wat een object moet bieden. Dus we hebben als centraal onderwerp op een kenniscafé een gespreksonderwerp... tja, niemand die me ongelijk kan geven, maar het gaat niet om gelijk of ongelijk. Vanuit het gedachtegoed van object-centered sociality wil ik juist begrijpen welk onderwerp mensen bindt in een kenniscafé. Het antwoord ‘Kennis’ lijkt een minstens zo doodlopende weg in te leiden. Want wat is kennis? En hoe definieer ik dat als object van sociality, als ik het geloof in de objectiviteit van kennis verwerp? Bij iets als Wikipedia zou je nog kunnen zeggen dat het onderwerp wat ons bindt precies dat is wat we (denken) te weten. Maar een kenniscafé mist deze focus op 1 ding. We voegen kronkels toe zonder er per sé over in gesprek te willen met anderen. Sterker nog, we voegen kronkels toe zonder dat we verwachten dat ze allemaal gelezen worden. Waarmee je bijna zou gaan twijfelen aan het sociale gehalte van een kenniscafé. Maar gelukkig zijn er ervaringen van mezelf (en van vele anderen), die wel degelijk het sociale karakter van een kenniscafé onderschrijven.

Uit mijn eigen ervaring als bezoeker (niet als ontwerper of regisseur!) van kenniscafé.com, het open intranet van Winkwaves, kan ik 3 contexten benoemen waarin de natuurlijke neiging om groepen te vormen, inderdaad bij mij wordt aangesproken. Ik vind het prettig om met mijn collega's dingen te kunnen delen in een omgeving waarin ik de mogelijkheid heb de status, mijn verhaal, rond de dingen toe te voegen en daar reacties van anderen op te krijgen. Als ik een presentatie toevoeg, kan ik eenvoudig mijn verhaal en mijn opmerkingen erbij plaatsen. Een andere motivatie heb ik binnen de tweede context: de besloten kring met mijn gezin. Deze kring is de plek om suggesties voor vakanties, tentoonstellingen en recepten met elkaar te delen. En tot slot is er nog de (wederom besloten) kring van De Maatschap, een denktank waarin wetenschappers en andere creatieve denkers zich buigen over het fenomeen sociality. Deze kring is voor mij de plek om gezamenlijk ons denken verder te scherpen, de plek waar ik ideeën kan neerleggen voor discussie. Andere kringen waarvan ik lid ben, weten mij nauwelijks te raken in mijn ‘natuurlijke neiging tot groepsvorming’. De Designklup is vooral een handig ordeningsmechanisme, met de mensen in Enterprise2.0 voel ik mij niet verbonden en hetzelfde geldt voor de Boekenkring - het is niet dat de mensen me niet interesseren, maar ik heb niet het idee dat we iets werkelijk delen – als we dezelfde interesse in een domein delen, betekent dat nog niet dat ik erover in gesprek wil met jou.

Werk als centraal object

Vanuit deze observatie kwam ik laatst, op de motor ter hoogte van de Beneluxtunnel, tot het verrassende inzicht dat er een overkoepelende theorie te formuleren is vanuit mijn drie contexten, al betreft er een mijn collega's, een mijn gezin en een derde een (oneerbiedig gezegd) hobby: in alle drie de gevallen voel ik mezelf nauw betrokken bij het onderwerp en de mensen, en heb ik tevens het gevoel dat de anderen deze zelfde betrokkenheid hebben. Als ik vervolgens kijk naar de belangrijkste omgeving waarin Winkwaves Kenniscafés ingezet worden, bij bedrijven, heb ik eindelijk een theorie over wat het object van een Winkwaves Kenniscafé kan zijn, een object dat abstracter is dan een voetbal, zoals een café in de binnenstad ook niet als object de consumptie heeft. Volgens mij is in veel kenniscafés het centrale object dat mensen bindt simpelweg WERK.

Veel mensen beleven plezier aan hun werk, zijn gemotiveerd en willen graag iets bereiken. En dat brengen zij niet alleen zelf mee, iedere ochtend dat ze naar hun werk gaan, ze verwachten ook dat anderen dat meenemen. Waarmee het werk precies die mengvorm biedt van eigen betrokkenheid en betrokkenheid van anderen, waardoor het als object om mensen samen te brengen in groepen, goed zou kunnen werken. Het WERK als centraal object – daar zullen we bij toekomstige inrichtingen meer rekening mee gaan houden. Het betekent bijvoorbeeld dat bezoekers van het kenniscafé ook het werk moeten herkennen als leidend principe achter de interactie. Het heeft zo weinig zin tenslotte om een voetbal mee te nemen als niemand doorheeft dat het een uitnodiging tot gezamenlijke interactie is. Hoe we het werk herkenbaar kunnen maken, is voor mij op dit moment nog een vraag. Suggesties zijn welkom.

Oorspronkelijk geplaatst door Mark Schoondorp on 22 februari 2009